Naarmate een organisatie groeit in Lean-volwassenheid, verandert ook de focus van leidinggevenden. Waar operationeel leiderschap zich richt op de dagelijkse uitvoering en tactisch leiderschap op het verbeteren van processen en samenwerking, richt strategisch leiderschap zich op de lange termijn.
Strategisch werken betekent vooruitkijken. Niet alleen nadenken over wat vandaag beter kan, maar vooral over wat de organisatie morgen nodig heeft om succesvol te blijven.
Binnen Lean betekent dit dat leiders steeds minder bezig zijn met individuele processen en steeds meer met de vraag hoe de gehele organisatie duurzaam waarde kan blijven creëren voor klanten.
De stap naar strategisch denken
Veel organisaties blijven hangen op tactisch niveau. Processen worden geoptimaliseerd, KPI's worden gevolgd en verbeterprojecten worden uitgevoerd. Hoewel dit waardevol is, ontstaat pas echt onderscheidend vermogen wanneer de organisatie haar verbeteringen verbindt aan een duidelijke langetermijnvisie.
Strategische vragen zijn bijvoorbeeld:
- Waar willen we over vijf jaar staan?
- Welke ontwikkelingen zien we in de markt?
- Hoe veranderen de behoeften van onze klanten?
- Welke competenties hebben we in de toekomst nodig?
- Hoe blijven we wendbaar in een snel veranderende omgeving?
Strategisch werken gaat daarmee niet alleen over plannen maken, maar vooral over richting geven.
Van processen naar systemen
Op tactisch niveau wordt gekeken naar het verbeteren van processen. Strategisch leiderschap kijkt een niveau hoger: naar het systeem waarin die processen plaatsvinden.
In plaats van een afzonderlijk proces te optimaliseren, stellen strategische leiders vragen als:
- Ondersteunen onze processen de strategie?
- Werken onze afdelingen samen aan dezelfde doelen?
- Bevorderen onze KPI's het gewenste gedrag?
- Ontwikkelen we de juiste vaardigheden voor de toekomst?
- Stimuleert onze organisatiecultuur continu verbeteren?
Hierdoor verschuift de aandacht van lokale verbeteringen naar het versterken van de gehele organisatie.
Strategie verbinden met de werkvloer
Een strategie heeft pas waarde wanneer zij zichtbaar wordt in het dagelijkse werk.
Binnen Lean wordt deze verbinding vaak gemaakt met Hoshin Kanri, waarbij de langetermijndoelen van de organisatie worden vertaald naar concrete verbeterdoelen voor afdelingen en teams.
Hierdoor ontstaat samenhang tussen:
- de organisatiemissie;
- strategische doelstellingen;
- tactische verbeterprogramma's;
- dagelijkse werkzaamheden.
Iedere medewerker begrijpt hoe zijn of haar werk bijdraagt aan de grotere ambitie van de organisatie.
Leiders ontwikkelen de organisatie
Op operationeel niveau lossen leiders problemen op.
Op tactisch niveau verbeteren zij processen.
Op strategisch niveau ontwikkelen zij de organisatie.
Dat betekent dat zij zich richten op onderwerpen zoals:
- organisatiecultuur;
- leiderschapsontwikkeling;
- innovatie;
- duurzame inzetbaarheid;
- talentontwikkeling;
- samenwerking in de waardeketen;
- klantgerichtheid.
Strategische leiders bouwen niet alleen aan betere processen, maar aan een organisatie die zichzelf blijft ontwikkelen.
Ruimte creëren voor innovatie
Wanneer de dagelijkse operatie stabiel is en processen goed functioneren, ontstaat ruimte voor vernieuwing.
Strategisch leiders kijken daarom niet alleen naar het optimaliseren van bestaande processen, maar ook naar nieuwe kansen.
Zij stellen vragen zoals:
- Welke technologische ontwikkelingen kunnen ons helpen?
- Welke nieuwe klantbehoeften ontstaan?
- Hoe kunnen we onze dienstverlening verder verbeteren?
- Welke experimenten moeten we vandaag starten om morgen succesvol te zijn?
Lean ondersteunt deze manier van denken door continu te leren, te experimenteren en verbeteringen stap voor stap door te voeren.
Samenwerking over de hele waardeketen
Strategisch denken stopt niet bij de grenzen van de eigen organisatie.
Organisaties creëren steeds vaker waarde samen met:
- klanten;
- leveranciers;
- ketenpartners;
- maatschappelijke organisaties.
Strategische samenwerking richt zich op het optimaliseren van de volledige waardeketen in plaats van alleen de eigen organisatie.
Hierdoor ontstaan sterkere relaties, meer innovatie en een hogere klantwaarde.
De rol van leiders verandert opnieuw
Strategische leiders besteden minder tijd aan dagelijkse aansturing en meer tijd aan richting geven.
Hun belangrijkste verantwoordelijkheden zijn:
- het formuleren van een duidelijke visie;
- het maken van strategische keuzes;
- het ontwikkelen van leiders;
- het bewaken van de organisatiecultuur;
- het creëren van de voorwaarden voor continu verbeteren.
Zij zorgen ervoor dat de organisatie voorbereid is op toekomstige uitdagingen, zonder de verbinding met de werkvloer te verliezen.
De relatie met Lean-volwassenheid
Strategisch werken wordt mogelijk wanneer de organisatie voldoende volwassen is.
Naarmate processen stabieler worden, teams meer eigenaarschap tonen en afdelingen effectief samenwerken, hoeven leiders minder tijd te besteden aan operationele vraagstukken.
De vrijgekomen tijd kan worden geïnvesteerd in:
- langetermijnontwikkeling;
- innovatie;
- cultuur;
- talentontwikkeling;
- strategische partnerships;
- klantgerichte vernieuwing.
Hierdoor groeit de organisatie van een uitvoerende organisatie naar een lerende en toekomstgerichte organisatie.
Van verbeteren naar vernieuwen
De ontwikkeling van leiderschap kan worden weergegeven als een groei in focus.
| Niveau | Focus |
|---|---|
| Operationeel | Het werk uitvoeren |
| Tactisch | Het werk verbeteren |
| Strategisch | De organisatie ontwikkelen |
Alle drie de niveaus zijn belangrijk. Zonder een stabiele operatie is verbeteren moeilijk. Zonder continu verbeteren ontbreekt de basis voor duurzame groei. En zonder strategische richting bestaat het risico dat verbeteringen wel efficiënt zijn, maar niet bijdragen aan de toekomst van de organisatie.
Werken aan de toekomst
Strategisch leiderschap binnen Lean betekent bouwen aan een organisatie die ook over vijf of tien jaar nog waarde toevoegt voor klanten, medewerkers en de samenleving.
Dat vraagt om leiders die verder kijken dan de resultaten van vandaag. Zij investeren in mensen, stimuleren innovatie, ontwikkelen de organisatiecultuur en verbinden de dagelijkse praktijk met een duidelijke langetermijnvisie.
Een volwassen Lean-organisatie is daarom niet alleen efficiënt in haar processen of effectief in haar samenwerking. Zij is vooral in staat om continu te leren, zich aan te passen aan veranderingen en haar strategie te vertalen naar dagelijkse verbeteringen. Zo ontstaat een organisatie die niet alleen succesvol is in het heden, maar ook voorbereid is op de toekomst.
